Een huwelijk brengt voor de echtgenoten verschillende rechten en plichten met zich mee.  Zo bepaalt de wet dat echtgenoten in elkaars levensonderhoud moeten voorzien en dat zij moeten bijdragen in de kosten van de huishouding. Ook na echtscheiding duurt deze onderhoudsverplichting voort.

In het geval de ene ex-partner daar behoefte aan heeft, heeft de andere – meer draagkrachtige – ex-partner in beginsel de verplichting om partneralimentatie te betalen. De hoogte en de duur van de alimentatie kan op verschillende manieren worden vastgesteld:

  • de ex-partners kunnen in onderling overleg afspraken maken over de hoogte en duur van de alimentatie. Deze afspraken kunnen worden vastgelegd in een convenant;
  • de rechter stelt de hoogte en de duur van de alimentatie vast en legt deze vast in een beschikking. Dit zal met name het geval zijn als de ex-partners zelf geen afspraken kunnen of willen maken over de alimentatie.

Bij de vaststelling van partneralimentatie houdt de rechter zowel rekening met de behoefte van de partner die alimentatie wenst te ontvangen, als met de draagkracht van de partner die alimentatie zou moeten betalen.

Voor de bepaling van de behoefte wordt aansluiting gezocht bij de welstand van partijen tijdens het huwelijk en de vraag of de behoeftige partner na echtscheiding voldoende eigen inkomsten genereert, dan wel kan genereren om de mate van welstand zoals die tijdens het huwelijk bestond te kunnen evenaren. Is dat niet het geval, dan is sprake van behoefte.

Vervolgens wordt bezien in hoeverre de andere partner financieel in staat is om (al dan niet gedeeltelijk) in deze behoefte voorzien. Dat wordt de draagkracht genoemd. De draagkracht wordt berekend aan de hand van landelijke richtlijnen, de Tremanormen. Deze normen berekenen de  ruimte voor betaling van partneralimentatie door van het inkomen een aantal noodzakelijke lasten, waaronder woonlasten, af te trekken. Na aftrek van deze kosten resteert een zogeheten draagkrachtruimte. In het geval van partneralimentatie dient 60 % daarvan te worden aangewend voor de betaling van partneralimentatie. Het bedrag dat dan resteert is de draagkracht.

Wanneer ook een alimentatieverplichting jegens kinderen bestaat, zal overigens eerst de draagkracht voor de betaling van kinderalimentatie berekend worden. De wet bepaalt immers dat de betaling van kinderalimentatie voorrang heeft boven de betaling van partneralimentatie.

In het geval de draagkracht onvoldoende is om geheel in de behoefte van de andere partner te voorzien, zal de rechter de alimentatie tot de berekende draagkracht beperken. De ene partner kan dus niet meer ontvangen dan hij/zij nodig heeft, en de andere partner kan niet meer betalen dan hij/zij kan missen.

Hoewel de Tremanormen een handvat bieden bij het vaststellen van partneralimentatie, blijft het vaststellen van partneralimentatie maatwerk. Maatwerk dat wij kunnen leveren. Heeft u vragen?