Vaak krijgen wij – soms al in een eerste gesprek – de vraag hoe hoog de alimentatie in geval van scheiding zal zijn. Deze vraag valt echter niet simpelweg te beantwoorden. Om de hoogte van alimentatie te kunnen bepalen dienen verschillende berekeningen te worden opgesteld, die toegespitst zijn op de financiële situatie van partijen. En ieders situatie is uniek.

De hoogte van de alimentatie is in grote lijnen afhankelijk van zowel de behoefte (wat heeft de ene ex-partner nodig?) en de draagkracht (wat kan de andere ex-partner missen?)
De laagste van deze twee (dus van behoefte en draagkracht) vormt het maximaal te betalen alimentatiebedrag. Je hoeft immers niet meer te ontvangen dan je nodig hebt, en kan niet meer betalen dan je kunt missen.

In dit artikel gaan wij graag in op het bepalen van de behoefte. Want hoe maak je nu inzichtelijk hoe hoog deze behoefte is, met andere woorden: wat je nodig hebt om in je levensonderhoud te voorzien?

Behoefte lijst

De ex-partner die aanspraak maakt op een bijdrage in zijn of haar levensonderhoud dient de behoefte inzichtelijk te maken door het opstellen van een zogenaamde behoeftelijst. Deze partner dient een overzicht op te stellen met zoveel mogelijke concrete gegevens betreffende de reële of de te verwachten kosten van levensonderhoud, gebaseerd op de kosten die partijen tijdens het huwelijk hadden. Daaronder vallen de kosten voor woonlasten, boodschappen en verzekeringen, maar bijvoorbeeld ook de kosten voor vakanties, het kopen van kleding, abonnementen en de kapper.

Deze behoeftelijstjes leveren vrijwel altijd discussie op. Zeker met betrekking tot posten die tot de luxe uitgaven gerekend worden, zoals het kopen van kleding en de kapper. Het komt niet zelden voor dat partijen tijdens een zitting in een verhit debat raken over de vraag hoe vaak er naar de kapper werd gegaan of hoeveel geld er werd uitgegeven aan een nieuwe garderobe tijdens het huwelijk. Gevolg van het betwisten van bepaalde posten is dat de rechter een beslissing zal moeten nemen over deze post en de hoogte daarvan. De rechtbank zal dan het behoeftelijstje moeten doornemen en voor iedere betwiste post afzonderlijk moeten beoordelen welk bedrag zij redelijk acht. Een dergelijke situatie was aan de orde in de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 juli 2018.

In deze zaak werd de vrijwel de gehele behoeftelijst van de vrouw betwist en moest het gerechtshof bepalen welk bedrag zij redelijk vonden voor de woonlasten van de vrouw, mobiele telefoon/kabel/internet, abonnementen en lidmaatschappen, kleding, aanschaf van inboedel, niet vergoede ziektekosten, boodschappen, vervoer, recreatie, besparingen oude dag en onvoorziene uitgaven.

Je kunt je voorstellen dat met het doorlopen van een behoefte lijst tijdens een zitting nogal wat discussie en tijd gepaard gaat, en de sfeer tijdens een zitting er niet prettiger op wordt.

Kan het dan niet makkelijker?

Jazeker!

De Hof-formule

Voor het bepalen van de behoefte is in de rechtspraak ook een makkelijkere methode ontwikkeld, die ook wel de Hof-formule of 60%-regel wordt genoemd. Bij deze methode wordt – kort samengevat – uitgegaan van het volledige gezinsinkomen van partijen, omdat de inkomens van de beide partners tezamen worden geacht beschikbaar te zijn geweest voor het levensonderhoud van beide partijen. Dit gezamenlijke inkomen wordt eerst gedeeld, en vervolgens wordt het gevonden bedrag verhoogd met een percentage van 20%. Deze verhoging wordt toegepast omdat een alleenstaande duurder uit is dan een samenwoner. Per saldo is de behoefte dan gelijk aan 60% van het gezinsinkomen.

Dat rechters er de voorkeur aangeven om de behoefte op basis van de laatstgenoemde methode te becijferen, blijkt wel uit een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 juli 2018.
De rechtbank overwoog in deze uitspraak het volgende:

“De rechtbank overweegt dat het stellen en betwisten van een huwelijksgerelateerde behoefte aan de hand van behoeftelijstjes veelal en in dit geval in het bijzonder leidt tot een oeverloos debat tussen partijen, waarbij de standpunten ver uit elkaar liggen, en aan de redelijkheid van de standpunten over en weer zeer kan worden getwijfeld. Het op deze wijze stellen en betwisten van behoefte leidt veelal tot een grote ureninvestering van advocaten en navenant hoge kosten voor partijen, bevordert de verstandhouding tussen partijen niet of doet deze zelfs verslechteren en draagt niet bij aan het beslechten van het geschil.”

Waarom deze eenvoudige methode niet gewoon altijd wordt gebruikt?

De zogenaamde Hof-formule mag alleen worden toegepast als beide partijen het daar mee eens zijn. Is één van partijen van mening dat de behoefte inzichtelijk dient te worden gemaakt aan de hand van een behoeftelijst, dan zal de alimentatiegerechtigde alsnog aan de slag moeten en zich moeten zetten aan het opstellen van een behoeftelijst.

En voor welk bedrag shoppen daar op mag komen te staan? Dat is en blijft in dat geval voer voor – om met de rechtbank Den Haag te spreken – een veelal oeverloos debat.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp of andere alimentatie gerelateerde vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

Neem direct contact op

 

About the author