In omgangs-, informatie- en consultatieprocedures zijn minderjarigen geen procespartij. Met andere woorden: er wordt over hen geprocedeerd; niet door hen.  

Soms zijn kinderen het niet eens met een beslissing van de rechtbank of wensen zij iets anders dan hun ouders voor ogen hebben. Vooral als de kinderen wat ouder zijn, kan het voor hen niet te verkroppen zijn dat er over hen wordt beslist, maar zij het gevoel hebben zelf niets in te brengen te hebben.

Om de minderjarigen toch een eigen toegang tot de rechter te bieden, biedt de wet de zogenaamde informele rechtsingang in artikel 251a lid 4 en in artikel 377g van het Burgerlijk Wetboek. Minderjarigen hebben op grond daarvan de mogelijkheid om de rechter op een informele manier te benaderen door bijvoorbeeld een briefje aan de rechtbank te schrijven. De Kinderrechtswinkel kan hen daar eventueel bij helpen.

Een voorbeeld van zo’n informele rechtsingang betrof de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 16 oktober 2019.

In deze zaak waren de ouders gehuwd geweest en was uit dat huwelijk een minderjarige en haar tweelingzus geboren. Bij beschikking van 7 september 2016 had de rechtbank de tot dan geldende zorgregeling gewijzigd en bepaald dat er voor zowel de minderjarige als haar tweelingzus een regeling ging gelden van kortgezegd 5 dagen bij de vader en 9 dagen bij de moeder.

De minderjarige had op 2 mei 2019 zelf een brief gestuurd aan de rechtbank.

In deze brief schreef zij – kort weergegeven – dat zij haar hoofdverblijf bij haar vader wilde hebben en dat zij het contact met haar moeder wilde beëindigen.

Na een persoonlijk gesprek met de minderjarige en het lezen van ingediende brieven van de ouders, zag de rechtbank aanleiding om een bijzondere curator voor de minderjarige te benoemen om haar belangen te waarborgen, verslag uit te brengen en de rechtbank te adviseren. Mede op grond hiervan werd bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader diende te worden vastgesteld.

Voor deze minderjarige geldt dat haar brief aan de rechter het gewenste effect had. Haar wens werd ingewilligd.

Voor het geval dat niet zo zou zijn, heeft een minderjarige overigens niet de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen de beslissing van de rechter.
Deze mogelijkheid staat alleen open voor de wettelijk vertegenwoordigers of belanghebbenden (doorgaans de ouders).

Benieuwd naar de volledige uitspraak? Lees hier.

About the author