Eerder schreven wij al over verschillende gezagsgeschillen die tussen ouders kunnen spelen en die aan de rechtbank voorgelegd kunnen worden als zij er samen niet uit komen. Bijvoorbeeld als één van de ouders wenst te verhuizen of een paspoort wil aanvragen en de andere ouder weigert zijn of haar toestemming.

Een gezagsgeschil kan ook aan de orde zijn als er medische beslissingen genomen moeten worden. Dat dit zeer ingrijpende beslissingen kunnen zijn blijkt nog maar eens uit een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.

In deze zaak wilde de vader dat zijn verstandelijk gehandicapte zoon van 16 jaar gesteriliseerd werd, omdat hij wilde voorkomen dat zijn zoon een meisje, gewild of ongewild, zwanger maakte. De moeder wilde geen toestemming geven voor de sterilisatie van haar zoon, omdat zij sterilisatie niet noodzakelijk vonden haar zoon hier te jong voor achtte.

De rechtbank oordeelde dat de ouders het erover eens waren dat de zoon wilsonbekwaam was om zelf een beslissing te nemen over de sterilisatie. Dit was ook vastgesteld door een Arts voor Verstandelijk Gehandicapten. Omdat de ouders het echter niet eens konden worden over de sterilisatie, diende de rechtbank op het verzoek van de vader een beslissing te nemen.

De rechtbank wees het verzoek van de vader om de minderjarige te laten steriliseren af, omdat zij sterilisatie niet in het belang van de minderjarige vond. In de uitspraak legde de rechtbank die beslissing als volgt uit:

“Uit de uitspraken van rechters in de afgelopen jaren blijkt dat de rechtbank heel terughoudend moeten zijn bij het nemen van medische beslissingen over kinderen. Dat betekent dat de rechtbank niet snel zal oordelen dat een medische beslissing in het belang van een kind is. Dit geldt in deze zaak al helemaal, omdat het gaat om een chirurgische ingreep, die grote gevolgen heeft. Als de rechtbank toestemming zou geven, zou zij bepalen dat de minderjarige geen kinderen meer kan krijgen. Dit is een belangrijke en vergaande beslissing, omdat de rechtbank dan feitelijk bepaalt of de minderjarige in de toekomst vader mag zijn of niet.

Er zijn door de vader geen doorslaggevende argumenten naar voren gebracht om van deze terughoudendheid af te wijken. Het argument van de vader, dat een eventueel toekomstig kind niet in het belang van de minderjarige zou zijn, gaat niet op. Anders dan de vader stelt, staat niet vast dat de minderjarige een (meervoudig) gehandicapt kind krijgt. Daarnaast volgt weliswaar uit de brief van de arts dat de minderjarige nu en in de toekomst niet zelf voor een kind kan zorgen, maar het is nu nog niet in te schatten hoe zijn eventuele toekomstige gezinssituatie zal zijn. Ook is het nog onduidelijk of de moeder van het kind (en haar netwerk) de zorg voor het kind al dan niet samen met de minderjarige kunnen dragen. Tot slot staat niet vast dat de minderjarige ongelukkig wordt als hij zelf niet voor zijn kind kan zorgen.

De vader heeft er verder op gewezen dat de minderjarige seksueel overschrijdend gedrag vertoont. Het risico op seksueel overschrijdend gedrag kan op zichzelf geen argument zijn om de minderjarige te laten steriliseren. De sterilisatie neemt dat risico namelijk niet weg. De rechtbank vindt het goed dat de instelling  betrokken is om de minderjarige seksuele voorlichting te geven en hem hierin te begeleiden.

Bij het nemen van een medische beslissing staat het belang van de minderjarige voorop. In uitzonderlijke situaties kan de rechtbank ook belangen van anderen meewegen. In dit geval zouden dat de belangen van het meisje dat zwanger wordt of de belangen van een toekomstig kind kunnen zijn of de belangen van de ouders. Deze belangen wegen volgens de rechtbank niet zwaarder dan het belang van de minderjarige. De belangen zijn namelijk moeilijk in te schatten, de rechtbank kan niet in de toekomst kijken, en kunnen niet zwaarder wegen dan de concrete belangen van de minderjarige. Het staat bijvoorbeeld niet vast dat de moeder van een toekomstig kind ongelukkig wordt van de minderjarige als vader van haar kind. Over de belangen van de ouders het volgende. De belangen van de vader zijn niet hetzelfde als die van de moeder. De belangen van vader zijn gebaseerd op diens inschatting van de toekomst. Zijn gevoelens, zoals verdriet, angst en schaamte, wegen niet zwaarder dan de belangen van de minderjarige.’

Zoals u kunt lezen gaat de rechtbank bij beslissingen als deze niet over de spreekwoordelijke één nacht ijs en staan bij het nemen van een beslissing, na een afweging van alle belangen, de belangen van de minderjarige voor nu en in de toekomst voorop.

Wilt u meer weten over gezagsgeschillen of heeft u een geschil met de andere ouder waar u hulp bij nodig heeft? Neemt u dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag op weg.

Benieuwd naar de volledige uitspraak? Lees hier.

About the author