Je zou denken dat het antwoord op deze vraag “Nee” luidt.
Hoe kun je immers alimentatie betalen van geld dat je in werkelijkheid niet hebt?

Toch is de praktijk anders. Bij de vaststelling van alimentatie kan namelijk niet alleen gekeken worden naar het inkomen dat iemand verdient, maar ook naar het inkomen dat iemand zou kunnen verdienen. Dit wordt dan de verdiencapaciteit of inspanningsverplichting genoemd.

Over dit onderwerp wordt tussen partijen vaak gediscussieerd. De verplichting tot betaling van partneralimentatie bestaat namelijk alleen voor zover degene die daar aanspraak op maakt (de alimentatiegerechtigde) niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien, terwijl diegene wel voldoende heeft gedaan om in zijn/haar levensonderhoud te kunnen voorzien.

Met andere woorden: degene die aanspraak maakt op partneralimentatie zal dus moeten aantonen dat hij/zij geen of onvoldoende inkomsten heeft om in het eigen levensonderhoud te voorzien én dat diegene die inkomsten in redelijkheid ook niet kan verwerven. Lukt het niet om dat voldoende aan te tonen, dan kan de rechtbank dus uit gaan van een fictief inkomen.

Een dergelijke situatie deed zich onlangs voor bij het gerechtshof Den Bosch. In die zaak stelde de man (de alimentatiebetaler) dat de vrouw 32 uur per week werkzaam zou kunnen zijn en dat zij daarmee een zodanige verdiencapaciteit had dat zij in haar eigen levensonderhoud zou kunnen voorzien. Naar de mening van de man was de vrouw in staat om werkzaam te zijn gedurende de schooltijden van de drie schoolgaande kinderen, waarbij ook van belang was dat de kinderen gemiddeld drie dagen per week bij de man verbleven.

Het hof overwoog dat er voor de vrouw weliswaar belemmerende factoren waren om betaald werk te vinden, maar dat van de vrouw in redelijkheid toch verwacht kon worden dat zij – mede gelet op de huidige leeftijd van de kinderen – in ieder geval werkzaam zou kunnen zijn gedurende de schooltijd van de kinderen en dat zij derhalve minimaal 20 uur per week betaalde arbeid kan verrichten. Het hof ging er daarbij van uit dat de vrouw met een 20-urige werkweek een netto besteedbaar inkomen zou kunnen verdienen van € 892,00 per maand.

Uitgaande van deze (fictieve) eigen inkomsten van de vrouw oordeelde het Gerechtshof dat de vrouw behoefte had aan (en daardoor aanspraak kon maken op) een lager bedrag aan partneralimentatie.

Heeft u een vraag over dit onderwerp of bent u bent benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan gerust contact met ons op.

Neem direct contact op

Benieuwd naar de volledige uitspraak? Lees hier.

About the author