Een huwelijk wordt gesloten door de simpele woorden: ja, ik wil.

Maar hoe zit het met een echtscheiding?

Hoe komt die dan tot stand? Tot 1971 kende men een viertal echtscheidingsgronden: overspel, kwaadwillige verlating, veroordeling wegens bepaalde misdrijven en mishandeling. Sinds 1971 zijn deze vier gronden vervangen door één grond op basis waarvan een echtscheiding kan worden verzocht, te weten: de duurzame ontwrichting.

Voor een rechter is het voldoende als één van de echtgenoten stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Een huwelijk is duurzaam ontwricht, indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen.

De duurzame ontwrichting hoeft in beginsel niet bewezen te worden. Dat moet alleen als één van de echtgenoten zou ontkennen dat sprake is van duurzame ontwrichting. De rechter moet dan onderzoeken of er sprake is van duurzame ontwrichting en kan de echtscheiding pas uitspreken als hij/zij van oordeel is dat inderdaad sprake is van duurzame ontwrichting.

In de praktijk wordt de duurzame ontwrichting snel aangenomen. Een scheiding is dan ook moeilijk tegen te houden.

Een voorbeeld waarin een echtscheiding kan worden geweigerd is als het zogenaamde pensioenverweer wordt gevoerd. De wet bepaalt dat “indien als gevolg van de verzochte echtscheiding een bestaand vooruitzicht op uitkeringen aan de andere echtgenoot na vooroverlijden van de verzoekende echtgenoot zou teloorgaan of in ernstige mate zou verminderen, en de andere echtgenoot deswege tegen dat verzoek verweer voert, het echtscheidingsverzoek niet kan worden toegewezen voordat daaromtrent een voorziening is getroffen die, gelet op de omstandigheden van het geval, ten opzichte van beide echtgenoten billijk is te achten.”

Kort gezegd: stel dat een van de echtgenoten door de echtscheiding het risico loopt slecht verzorgd achter te blijven als de andere partner zou komen te overlijden voor zijn of haar pensioendatum, dan moet daarvoor eerst een regeling worden getroffen. In geval van vooroverlijden zal een alimentatieverplichting en mogelijk ook een eventuele pensioenuitkering komen te vervallen en kan de ex-echtgenoot volledig zonder inkomen komen te zitten. De wet bepaalt voor die situaties dat een scheiding pas kan worden uitgesproken indien een voldoende voorziening wordt getroffen.

Bij de beoordeling of de getroffen voorziening billijk is moet worden gelet op alle omstandigheden van het geval, zoals de leeftijd van de ex-echtgenoot, de mogelijkheden voor haar of hem om zelf een bevredigende voorziening te treffen het pensioenbedrag dat verloren zou gaan en het (te verwachten) inkomen van partijen.

Een voorziening kan achterwege blijven indien redelijkerwijs te verwachten is dat de andere echtgenoot zelf voor die situatie (een vooroverlijden) voorzieningen kan treffen of indien de duurzame ontwrichting van het huwelijk in overwegende mate te wijten is aan de andere echtgenoot.

Meer weten over scheiden of het pensioenverweer? Neem gerust contact met ons op.

About the author