Wie een rechtszaak verliest (in het ongelijk wordt gesteld) moet meestal de gemaakte proceskosten van de andere partij vergoeden. Een regel die bij veel mensen bekend is, maar die in het familierecht niet opgaat.

Onder (proces)kosten worden in dit verband verstaan het aan de rechtbank te betalen griffierecht en de kosten gemoeid met het inschakelen van een advocaat.

Wij krijgen met enige regelmaat de vraag of de kosten van een procedure op de andere partij verhaald kunnen worden. Een vraag die wij helaas met “nee” moeten beantwoorden.

De wet bepaalt dat proceskosten geheel of gedeeltelijk mogen worden gecompenseerd tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zussen of aanverwanten in dezelfde graad. Korter gezegd: er mag worden gecompenseerd als partijen tot elkaar staan of stonden (ex-echtgenoten) in een (familie)relatie als genoemd. Het compenseren van kosten betekent dat iedere partij de eigen proceskosten dient te betalen. De rechter hoeft zijn beslissing om de proceskosten wel of niet te compenseren niet te motiveren. Ook al zegt de wet dat de kosten ‘mogen’ worden gecompenseerd, in de praktijk blijkt dat er in familiezaken vrijwel nooit een proceskostenveroordeling wordt uitgesproken. De uitzonderingen zijn op één hand te tellen.

Maar wanneer is dan sprake van zo’n uitzondering vraagt u zich af? Dat is bijvoorbeeld het geval als de ene partij de andere partij onnodig op kosten jaagt.

Zulks was ook het geval in een procedure die onlangs diende bij de rechtbank Rotterdam. In deze zaak had een man een verzoekschrift ingediend tot vaststelling van een omgangsregeling. Nadat de vrouw echter haar verweerschrift bij de rechtbank had ingediend, trok de man zijn verzoekschrift zonder opgaaf van redenen in. In deze situatie oordeelde de rechtbank dat de man het verzoekschrift lichtvaardig had ingediend. De rechtbank nam daarbij mede in overweging dat uit eerdere procedures was gebleken dat de vrouw meermaals te kennen had gegeven omgang niet in de weg te staan en de man ook niet had geprobeerd eerst het overleg met de vrouw te zoeken maar direct een procedure was gestart. Onder deze omstandigheden achtte de rechtbank het rechtvaardig om de man te veroordelen in de proceskosten. In de uitspraak werd overigens niet meer informatie gegeven over de inhoud van het verzoekschrift van de man en het verweerschrift van de vrouw.

Wel valt uit de uitspraak op te maken dat je beter niet zomaar een procedure moet beginnen, ofwel:

Bezint eer ge begint.

Benieuwd naar de volledige uitspraak? Klik hier

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact met ons op.

About the author